Credit: Eirini Kyriakopoulou 21 mei 2026 Genetische hartziekte bij de wortel aanpakken – Promotie Eirini Kyriakopoulou Terug naar nieuws Vandaag heeft Eirini Kyriakopoulou met succes haar proefschrift verdedigd. Haar PhD thesis, getiteld ‘Van mechanisme tot therapie: inzicht in en gerichte behandeling van genetische cardiomyopathie’, beschrijft haar werk in de Van Rooij groep. Hier bestudeerde ze de genetische hartziekte aritmogene cardiomyopathie (ACM), waarbij de hartspiercellen niet goed kunnen samenwerken, wat kan leiden tot hartritmestoornissen. Eirini kreeg meer inzicht in het ziekteproces en onderzocht of gentherapie de ziekte bij de bron kan aanpakken. Haar werk heeft geleid tot klinische studies, waarin momenteel wordt onderzocht of ACM-patiënten in de toekomst baat kunnen hebben bij gentherapie. De spiercellen van het hart moeten gezamenlijk samentrekken om het bloed goed door ons lichaam te pompen. Gespecialiseerde eiwitten, desmosomen, maken dit mogelijk door de hartcellen met elkaar te verbinden. Bij patiënten met ACM zorgen erfelijke veranderingen in het DNA voor verzwakking van de desmosomen. In de loop van de tijd verstoort dit de gecoördineerde samentrekking van het hart, wat kan leiden tot hartritmestoornissen. Dit kan gevaarlijk en zelfs levensbedreigend zijn. De huidige behandelingen voor ACM pakken de symptomen van de ziekte aan, maar niet de oorzaak. In ernstige gevallen kan een harttransplantatie nodig zijn. De basis voor nieuwe behandelingen Tijdens haar PhD bestudeerde Eirini hoe specifieke genetische veranderingen leiden tot ACM. “Je moet begrijpen waarom de desmosomen niet goed werken en hoe dit leidt tot een verstoord hartritme om behandelingen te kunnen ontwikkelen die de oorzaak van de ziekte aanpakken,” legt Eirini uit. Ze onderzocht harten van ACM-patiënten die bij harttransplantaties waren verwijderd, evenals laboratoriummodellen van de ziekte, en ontdekte dat het eiwit EPAS1 bijdraagt aan het afsterven van hartspiercellen bij ACM. Eirini onderzocht ook of ACM-patiënten in de toekomst baat zouden kunnen hebben bij gentherapie. “De meest voorkomende oorzaak van ACM is een fout in het gen PKP2, dat codeert voor een belangrijk onderdeel van de desmosomen,” zegt ze. “We redeneerden dat als we het defecte PKP2-gen in de hartspiercellen zouden vervangen door een gezond gen, de desmosomen misschien sterker zouden worden en het hartritme beter.” Eirini en haar collega’s testten deze strategie in verschillende laboratoriummodellen van de ziekte en toonden aan dat de desmosomen en de samentrekking van het hart verbeterden. Voortbouwend op deze resultaten zijn in 2024 klinische studies met ACM-patiënten in de Verenigde Staten van start gegaan. Het volledige spectrum aan emoties Eirini beschrijft haar PhD als een reis vol emoties. “Het was allesbehalve saai,” zegt ze. “In het begin was het leuk en spannend, maar was er ook onzekerheid. Later kreeg ik meer zelfvertrouwen, maar soms kreeg ik ook flinke teleurstellingen te verwerken.” Het derde en vierde jaar waren het meest productief en vol persoonlijke groei, ontmoetingen met inspirerende mensen en reizen naar mooie plekken in het buitenland. Ook heeft ze goede herinneringen aan meezingen met ABBA tijdens haar lab-experimenten. Tegelijkertijd was het een uitdaging om een gezonde balans tussen werk en privé te bewaren. “In het laatste jaar van mijn PhD was het mooi om mijn prestaties en ervaringen te zien samenkomen, maar alle vermoeidheid van de voorgaande jaren was ook opgebouwd,” vertelt Eirini. Ondanks alle uitdagingen zou ze het zonder aarzelen opnieuw doen. “Door het doen van een PhD ken ik mijn sterke en zwakke punten en begrijp ik mezelf, mijn ambities en mijn prioriteiten in het leven beter,” zegt ze. Eirini zou iedereen die nog twijfelt over een PhD dan ook aanraden om ervoor te gaan. “Churchill zei ooit: ‘Succes is het vermogen om van de ene mislukking naar de andere te gaan zonder je enthousiasme te verliezen.’ Onthoud dat wanneer je onderweg teleurstellingen tegenkomt,” zegt Eirini. Eirini viert het behalen van haar PhD met haar familie en vrienden, die haar hebben gesteund tijdens haar promotietraject. Ze werkt op dit moment als wetenschappelijk medewerker bij het Translational Sciences Office van het Europees Geneesmiddelenbureau en verkent nog of haar toekomst uiteindelijk in het lab of op kantoor zal liggen. Een digitale versie van Eirini’s proefschrift is hier te vinden.