30 juni 2026 Lymfevaten in Noonan syndroom – Promotie Daniëlle Woutersen Terug naar nieuws Daniëlle Woutersen heeft afgelopen week met succes haar proefschrift ‘Lymfevaten in Noonan Syndroom’ verdedigd. Tijdens haar PhD in de Den Hertog groep deed ze onderzoek naar de vorming van lymfevaten in een zebravismodel van Noonan syndroom. Ze ontdekte dat deze zebravissen, net als sommige patiënten met Noonan syndroom, afwijkingen hadden aan de lymfevaten. Een bestaand medicijn tegen kanker bleek deze afwijkingen bij zebravissen te kunnen verminderen. Er zijn ook aanwijzingen dat dit middel bij mensen met Noonan syndroom zou kunnen helpen. Noonan syndroom is een aangeboren aandoening, veroorzaakt door allerlei verschillende soorten genafwijkingen. De kenmerken verschillen per patiënt, maar het meest voorkomend zijn hartafwijkingen, kenmerkende gelaatstrekken en een korte lichaamslengte. Patiënten kunnen ook last hebben van vochtophopingen in het lichaam, doordat de lymfevaten niet goed werken. Daarvoor bestaat op dit moment geen medicijn. Vissen met Noonan syndroom Ongeveer de helft van de mensen met Noonan syndroom heeft een afwijking in het PTPN11-gen. Tijdens haar PhD onderzocht Daniëlle de vorming van lymfevaten in zebravissen met fouten in ditzelfde gen. “PTPN11 speelt een belangrijke rol in de Ras/MAPK-signaalroute van cellen,” legt Daniëlle uit. “Dat is een keten van eiwitten die signalen aan elkaar doorgeven om zo belangrijke processen in de cel te regelen, zoals celdeling en -specialisatie. Bij mensen met Noonan syndroom is deze signaalroute overactief.” Daniëlle ontdekte dat bij zebravissen zonder PTPN11 geen lymfevaten worden gevormd tijdens de embryonale ontwikkeling. “Het lijkt er dus op dat dit gen essentieel is voor de vorming van het lymfevatenstelsel,” zegt ze. Daniëlle ontdekte ook dat sommige genafwijkingen in PTPN11, die specifiek zijn voor Noonan syndroom, bij zebravissen zorgden voor overactivering van de Ras/MAPK-route en afwijkingen aan de lymfevaten – net als bij mensen. “Dit zebravismodel is dus heel geschikt om het Noonan syndroom, en specifiek de bijbehorende problemen met de lymfevaten, na te bootsen in het lab,” zegt Daniëlle. Betere behandelingen Om te testen of medicatie de lymfevatafwijkingen van de zebravissen kon verhelpen, behandelde Daniëlle de zebravisembryo’s met Trametinib. Dit is een medicijn dat de Ras/MAPK-route remt en wordt voorgeschreven bij kanker. Daarna zag ze dat behandelde embryo’s gezonder waren en minder afwijkingen aan de lymfevaten vertoonden. Een klein aantal patiënten met Noonan syndroom dat in het Radboudumc in Nijmegen werd behandeld met hetzelfde middel, vertoonde vergelijkbare verbeteringen. “De hoop is dat deze resultaten in de toekomst kunnen leiden tot betere behandelingen voor patiënten met problemen aan de lymfevaten,” aldus Daniëlle. Academische carrière Daniëlle heeft genoten van haar promotietraject. “Ik ben ontzettend dankbaar dat ik een PhD heb mogen doen en voor de korte tijd dat ik mezelf onderzoeker mocht noemen,” zegt ze. Wat ze wel lastig vond was de deur achter zich dicht trekken. “Voor een succesvolle academische carrière moet je nu eenmaal offers brengen waar ik niet toe bereid ben en dan moet je eerlijk en realistisch zijn, het opent immers ook weer nieuwe deuren,” aldus Daniëlle. Toch verliest ze de wetenschap niet helemaal uit het oog: op dit moment werkt Daniëlle als programmasecretaris Fundamenteel Onderzoek bij ZonMw. Na het verdedigen van haar PhD gaat Daniëlle meteen weer aan het werk: ze begint volgende week met de verbouwing van haar nieuwe woning. Later dit jaar staat er een welverdiende reis gepland om met haaien te duiken, iets waar ze al lang van droomt.